Achter Schoonhoven

ACHTER SCHOONHOVEN, TUSSEN DEMER EN GETUIGENHEUVELS

 

In een door Diestiaanheuvels omsloten Demervallei, stroomopwaarts van Aarschot ligt het natuurreservaat Achter Schoonhoven.  De Demer die de grens vormt tussen de zandige Kempen en het zandleemig Hageland, geeft nog een extra mogelijkheid aan dit landschap.

De grote natuurwaarde is het gevolg van een nog vrij open vallei, de verscheidenheid aan bodemtypes en de aanwezigheid van kwelzones.

Al deze eigenschappen en het grondgebruik van deze beemden en broeken, die van oudsher

gemaaid en begraasd zijn, hebben een rijke fauna en flora tot gevolg.

De Demer was lange tijd nauw verbonden met het omringende landschap. Regelmatig overstroomde de rivier en maakte het land vruchtbaar.

Wilde grassen en bloemen hadden het hier best naar hun zin en deelden het land met

vochtige bosjes. In de 70-er jaren trok de mens de rivier recht en voorzag hem van dijken zodat zijn water niet langer het land overstroomde.

Bloemenrijke graslanden verdwenen en populieren werden aangeplant en sloten gegraven om

het gebied te ontwateren.

Ruimte voor natuur

Natuurpunt probeert de relatie tussen rivier en landschap te herstellen. Waar er nog geen dijk is, overstroomt de Demer nog af en toe en spaart zo de stad Aarschot van wateroverlast. De Demervallei met haar vochtige graslanden en bosjes is in haar geheel beschermd door de Europese Unie als een belangrijke thuis voor vogels. Door maaien en begrazing houdt Natuurpunt dit open landschap in stand. Natuurpunt legt ook poelen aan om verdroging tegen te gaan.

 

De afdeling Aarschot van Natuurpunt is zowat 16 jaar geleden gestart om een aantal van de nog aanwezige natuurwaarden te onderhouden en terug op te waarderen. Onze eerste stappen zijn gezet in het gedeelte dat zich achter het Kasteel van Schoonhoven bevind, vandaar dus de naam van het reservaat. Interessant is dat aan de rand van het natuurgebied ooit de voorloper van de Stad Aarschot heeft bestaan, namelijk Weerde. Vandaar de naam ‘Weerderlaak’ voor de brede gracht die het natuurgebied doorkruist. De Weerderlaak werd al in de Middeleeuwen gegraven als ontwateringsgracht. Ze is nog één van de zeldzame waterlopen met een goede waterkwaliteit. Maar in de zomer valt de bedding soms droog. 

Ondertussen beheren we ongeveer 96 ha in Achter Schoonhoven.

 

De ganse vallei tussen Aarschot en Testelt is door de Europese overheid integraal beschermd als vogelrichtlijngebied en een groot deel als habitatgebied. Sinds 1980 is een gedeelte achter het kasteel van Schoonhoven door de Vlaamse overheid beschermd als landschap, tevens is een belangrijke oppervlakte opgenomen binnen het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN).

 

Fauna en Flora

De vallei van de nog sterk meanderende Demer die de grens vormt tussen de uitlopers van de zandige Kempen en het leemachtige gedeelte van het Hageland, geeft een extra dimensie aan dit valleilandschap dat van oudsher het natuurlijke overstromingsgebied is van deze rivier.

Natte komgronden met leemafzetting afgewisseld met droge zandige donken, de aanwezigheid van een soms veenachtige ondergrond en van kwelzones waar grondwater rijk aan ijzermineralen aan de oppervlakte komt, zorgt voor een grote verscheidenheid aan bodemtypes.

Dat het gebied van oudsher een grote plantendiversiteit kent blijkt uit de vroegere belangstelling van vermaarde botanici. De plantkundige M.A. Thielens publiceerde reeds in 1863 een verslag van een georganiseerde botanische excursie doorheen het gebied. Ook in de nationale plantentuin te Meise vinden we veel interessante planten terug die ooit in Achter Schoonhoven werden gevonden. E.Michiels verzamelde tussen 1921 en 1965 tientallen plantensoorten waaronder een aantal thans in Vlaanderen zo goed als uitgestorven exemplaren.

 

Merkwaardige plantensoorten momenteel nog aanwezig in het gebied:

Brede- en gevlekte orchis, knolsteenbreek, pijptorkruid, blauwe knoop, ratelaar, dotterbloem, wateraardbei, waterviolier, pijlkruid, waterweegbree en ook een grote verscheidenheid van gras- en zeggesoorten.

Aangezien in de natuur alles samengaat zorgt deze opmerkelijke flora ook voor een rijke fauna, momenteel zijn de volgende opmerkelijke gasten nog aanwezig in deze vallei:

Voor de broedvogels:

Kerkuil, bosuil, steenuil, buizerd, sperwer, boomvalk, ijsvogel, sprinkhaanzanger, kleine karekiet, blauwborst, roodborsttapuit, kwartel, kievit, wielewaal.

Voor de reptielen en amfibieën:

Alpenwatersalamander, bruine en groene kikker en levendbarende hagedis.

Voor de zoogdieren:

Ree, vos, steenmarter, dwergmuis, waterspitsmuis en eikelmuis.

Voor de insecten:

De opmerkelijkste vlinders zijn oranjetipje, koevinkje, hooibeestje, sleedoornpage, koninginnenpage en verschillende libellen- en sprinkhaansoorten.

Voor de vissen is er nog vooral de Weerderlaak waarin sommige soorten zoals blankvoorn, riviergrondel of bermpje zich nog tijdelijk thuis voelen. Spijtig genoeg valt deze beek door de toegenomen ‘verdroging’ soms droog. Gelukkig heeft de Demer terug een betere kwaliteit zodat vanaf die rivier terug vissen regelmatig de Weerderlaak kunnen optrekken.

 

Het beheer

Voor het beheer van het natuurgebied wordt gedeeltelijk gekeken naar het vroegere bodemgebruik van broeken en beemden die traditioneel begraasd en gehooid werden. Getuigenissen uit dit verleden zijn de bloemenrijke graslanden, rietkragen en brede grachten. Dit open landschap willen we centraal in de vallei verder onderhouden of terug herstellen. Naar de valleiranden toe en op een aantal zandige donken hebben de percelen van Natuurpunt meer een gesloten karakter met houtkanten of bosjes. Plaatselijk wordt hier het hakhoutbeheer hernomen. Ondanks de versnippering van de beheerde percelen is het plaatselijk toch al te merken welk beeld Natuurpunt met dit stuk Demervallei voor ogen heeft.

 

De percelen met orchideeën zijn hier een mooi voorbeeld van en een graadmeter voor het succes van het gevoerde beheer. De strijd tegen agressieve exoten zoals Amerikaanse vogelkers – die alle bossen dreigt te overwoekeren- zal ons nog wel een tijd bezig houden.

 

Elk jaar in de zomer zijn er extra inspanningen nodig om de als hooiland beheerde percelen een maaibeurt te geven en het hooi af te voeren, de beschikbare werkkrachten en de weergoden spelen hier een grote rol. Voor de tweede maaibeurt doen wij momenteel een beroep op viervoeters als schapen. Het is belangrijk dat de grasmat van de hooilanden zo kort mogelijk de winter in gaat, om in het voorjaar ruimte te geven aan een bloemrijke vegetatie en weidevogels.

Steeds meer trachten wij anderen te betrekken in dit beheer als landbouwers en mensen met paarden of schapen als vrijetijdsbesteding.

 

Een aantal percelen worden als ruigte beheerd, dat wil zeggen dat maar één maal om de paar jaren worden gemaaid. Dat levert hoog opgaande kruiden en bloemen op waar veel vlinders en een aantal vogels van profiteren. Sommige bossen worden helemaal ongemoeid gelaten. Dat is de gemakkelijkste vorm van beheer. Voor het bekomen van dichte struikenbosjes wordt plaatselijk een hakhoutbeheer gevoerd. Hier kunnen weer andere vogels of reeën zich verschuilen.

 

Hakhoutbeheer is ook van toepassing op de houtkanten die regelmatig moeten onderhouden worden. Willen we voorkomen dat graslanden gaan dichtgroeien, dan worden ook de bosranden regelmatig ingekort. Op die manier ontstaat ook een gevarieerde overgang met lianen als kamperfoelie en hop tussen het bos en de open ruimtes.

 

Voor meer informatie kan je steeds terecht bij de conservators:

Ronny Weckhuysen: 016 56 35 99 of e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Frans Wouters: 016 50 04 00 if e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Enkele foto's van het gebied.

bwd  pagina 1/5  fwd