Tienbunderbos-Hagelands bos

Natuurpunt kon dankzij de campagne ‘Geef om natuur’ in 2010 een belangrijk e stap zetten  in de realisatie van het Hagelands Bos. Meer dan 60 hectare van het Tienbunderbos, grotendeels gelegen op Rillaar (Aarschot) en voor een deel  op dat van Houwaart (Tielt-Winge), kon aangekocht worden.  In 2010 werd het beheerteam opgericht dat véél werk voor de boeg had, en eind 2011 was 75 ha van het gebied eigendom van Natuurpunt.

 

Hageland is bosland

Op de bekende kaarten van de Ferraris uit 1775 is nog te zien waaraan het Hageland zijn naam ontleent. Niet de streek van ‘hagen’ zoals verkeerdelijk wel eens wordt gedacht, maar wel in zijn betekenis van ‘dichte kreupelhoutbossen’ die toen nog voor meer dan de helft de streek bedekten. De resten van het oude ‘kolenwoud’ waaraan we vandaag nog het Hallerbos, Zoniënbos, Bertembos, Meerdaalwoud en Heverleebos danken, strekten zich toen ook uit tot het Hageland. In de loop van de 19de eeuw werd er echter duchtig de bijl en de ploeg ingezet om er goede –en veel minder goede- landbouwgrond van te maken. Vandaag vinden we van dit ‘hageland’ enkel nog verspreid wat grotere snippers terug zoals het Begijnenbos in Waanrode, het Kapellebos tussen Lubbeek en Binkom, het Butselbos, Gasthuisbos en Heidebos tussen Oplinter en Ransberg, het Mostingbos in Nieuwrode en het Tienbundersbos bij Rillaar.

 

Een echt Hagelands bos

Vandaag is het bos gelegen op steile hellingen met ijzerzandsteen in de bodem. Meer vlakke delen hebben veel klei in de ondergrond: in de winter soms kletsnat (stuwwater) en in de zomer soms kurkdroog. Dit zijn dus landbouwkundig slechte gronden. De bossen zouden van nature behoren tot de ‘matig zure eiken- en beukenbossen’, maar er werd in het verleden –met wisselend succes- geëxperimenteerd met allerlei sneller groeiende boomsoorten zoals naaldhout, Amerikaanse eik, robinia en zelfs verschillende sierbomen. Voor de bosexploitatie werden de oude natuurlijk verlopende wegen vervangen door een dambordvormig wegenpatroon.

 

Maar gelukkig is er ook qua fauna en flora nog wat te beleven. Voor de planten zijn verschillende zgn. oud bosplanten aan te treffen zoals bosanemoon, dalkruid, meiklokje, witte klaverzuring, gevlekte aronskelk, veelbloemige salomonszegel , dubbelloofvaren en tongvaren.  Zeer belangrijk zijn de plantensoorten van boszomen die plaatselijk nog voorkomen zoals havikskruiden, guldenroede, fraai hertshooi en bosdroogbloem.

Op sommige paden houden soorten stand van de vroegere heide op lemige grond, met daarin oa. tandjesgras, mannetjesereprijs, tormentil, blauwe knoop, liggend walstro , gevlekte orchis en tot voor kort liggende vleugeltjesbloem en grote tijm.

 

Dit verraad een grote insectenrijkdom, maar dit is nog grotendeels onontgonnen studieterrein. Spaanse vlag, eikenpage, schitterend lieveheersbeestje, bramensprinkhaan, diverse soorten solitaire bijen, hommels  en verschillende koepelnesten van rode bosmieren werden reeds opgemerkt. Vermoed wordt dat nog een aantal soorten gebonden aan oude bossen er nog voorkomen,maar hiervoor is het dus verder speuren geblazen.

 

In de poelen werden ondertussen ook al kamsalamander, vinpootsalamander, alpenwatersalamander, kikkers en padden aangetroffen.

 

Naast de vaststelling van een aantal meer courante soorten is ook de kennis van de vogelwereld nog onontgonnen terrein. Gehoopt wordt dat vooral in de bosranden nog minder courante soorten als zomertortel en boompieper nestelen. Maar die zijn met een snelweg doorheen het gebied en een regelmatig heel lawaaierige Kaaskorf, niet altijd makkelijk op het gehoor te inventariseren... Maar dankzij de scherpe hellingen die als geluidsscherm fungeren is een groot deel van het bos –zowel auditief als visueel- nog best goed te genieten.         

 

Een uitdagend project 

Doelstelling van Natuurpunt is het Tienbundersbos terug in ere te herstellen  voor fauna, flora én bezoekers. De basis van dit alles vormt het ‘oud bos’ waar terug gestreefd wordt naar de spontane types van ‘eiken en beukenbos’ voor de drogere delen,voor andere delen van het bos is het momenteel nog onduidelijk.  Varianten van arme ijzerzandsteengrond tot rijkere leemgrond en van periodiek (zeer) natte tot (zeer) droge gronden kunnen door beheer terug tot uiting worden gebracht. Dit zal geleidelijk gebeuren door het uitdunnen van aangeplante boomsoorten en vrijstelling van de spontaan opschietende ‘wilde’ exemplaren. Enkele bijzondere boomsoorten die hier en daar aangeplant werden zoals de mamoetboom en de Japanse ceder zullen wij wel proberen te vrijwaren. Ook zij vormen een link naar het verleden. Bij dit alles wordt op termijn gestreefd naar bomen met sterk verschillende leeftijden waardoor meer variatie in het bos ontstaat met oude bomen en dood hout en struikengroepen met klimplanten en kruiden van open bos. Aan de bosranden wordt door het plaatselijk hernemen van het hakhoutbeheer of door extensieve begrazing de vorming van brede boszomen nagestreefd. Ideaal voor tal van bloeiende struiken als brem en sleedoorn en kruiden als havikskruiden, blauwe knoop en andere heideplanten. Op de zuidgerichte hellingen ontstaat dan terug een optimaal leefgebied voor insecten en reptielen als hazelworm en levendbarende hagedis en ontstaat er ‘dekking’ voor vogels en zoogdieren.

 

Ook het landschap is waardevol

De waarde van een natuurgebied wordt niet enkel uitgemaakt door flora en fauna alleen. Het landschap in brede zin willen we aandacht geven. Door prospectie van het terrein, doorsnuffelen van oude kaarten en geschriften en het optekenen van verhalen van omwonenden krijgen we nog beter zicht op de cultuurhistorische waarde.

Zo is bekend dat vroeger bouwmaterialen zoals ijzerzandsteen en leem in het bos werden gewonnen voor de bouw van de omgevende huizen. Boven op de top herinnert het zgn. ‘schollekot’ nog aan de winning van de typische platte, harde ijzerzandstenen. De steen werd gehouwen tot op de onderliggende kleiige laag. Daardoor ontstond een periodiek met water gevulde grote poel, die ongetwijfeld voor een aantal amfibiesoorten en andere dieren van belang was. Spijtig genoeg werd die afgelopen decennia grotendeels gevuld met allerlei afval. Het opruimen van het ‘schollekot’ is dan ook een winsituatie, niet alleen voor de natuur, maar ook voor de historiek en de ‘herkenbaarheid’ van dit typisch Hagelands gebied.

 

Een nieuw ‘woud’ voor het Hageland?

Het project in Tienbundersbos is een ideale kans om werk van te maken van méér bos met méér biodiversiteit in Vlaanderen. In de omgeving ligt het eveneens belangrijke Mostingbos, een bos in privaat bezit maar eveneens met een zeer hoge natuurwaarde. Verspreid liggen nog andere kleinere snippers. Onze droom is om al deze gebieden op termijn terug met mekaar te kunnen verbinden. Zo zou er terug een (klein) ‘Hagelands woud’ herboren worden op een plaats waar het nog maar een goede eeuw werd uitgeroeid. En op deze manier zou het Hageland, namelijk bosland, terug een beetje zijn naam waardig worden.

 

Wil je graag nog meer informatie over dit natuurgebied of wil je graag meehelpen bij het beheer, dan kan je de conservator contacteren: Eric Van Beek, 016 56 58 27 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.