Natuurbeheer, hoe en waarom

Natuurpunt is in de eerste plaats een terrein beherende vereniging.

Terreinaankopen worden gedaan om de aanwezige natuur te beschermen. Dit is spijtig genoeg de enige manier om er voor te zorgen dat bestaande natuurgebieden blijven bestaan in Vlaanderen. Dikwijls zijn de terreinen fel verstoord zodat er van het oorspronkelijke habitat weinig overblijft en er slechts restpopulaties van typische dieren en planten aanwezig zijn. De achteruitgang van de biodiversiteit is nog steeds niet gestopt.

Daarom wordt bij het opmaken van de beheerplannen voor nieuwe natuurgebieden grondig onderzocht welke soorten habitat er voorkomen of er vroeger voorkwamen. Het type habitat hangt sterk af van het type bodem (zand, leem, klei) en de aanwezigheid van oppervlaktewater (regenwater of mineraalrijk kwelwater al dan niet in open waterpartijen).

Dikwijks wordt gezocht naar gegevens over toemalige natuurwaarden op de terreinen, 60 tot 80 jaar geleden. De keuze om terug te gaan naar die periode heeft verschillende redenen:

  • De landbouw was nog grotendeels kleinschalig in een landschap met een natuur ondersteunende structuur. Kleine landschapselementen, zoals hagen, houtkanten, poelen, akkerranden, grachten, buurt-en holle wegen, waren sterk verweven in het landbouwgebied. Dit cultuurlandschap bestond reeds honderden jaren tot de intrede van de industrialisering in de landbouw in de jaren vijftig van vorige eeuw.
  • Uit die periode zijn veel documenten beschikbaar met onderzoeksgegevens en natuurwaarnemingen opgetekend door de eerste professionele en amateur natuuronderzoekers. Zij zagen vele mooie natuurgebieden met een grote verscheidenheid aan planten en dieren verloren gaan en trokken er op uit om soorten en leefgemeenschappen te inventariseren.
  • Als soortgericht beheer uitgevoerd wordt dan is de kans groot dat er nog kiemkrachtige zaden uit die periode in de zaadbank aanwezig zijn. De zaden van veel soorten blijft decennia lang bewaard in de bodem. Het beheer richten op  een periode verder in de tijd zou geen beter resultaat geven.

De grote achteruitgang van de natuur in Vlaanderen is eigenlijk goed begonnen in de periode van de industrialisering van landbouwbedrijven. Het kleinschalig structuurrijk landschap werd opgeofferd en grootschalige monoculturen, van vooral voeder- en industriële gewassen, kwam in de plaats. De oogst werd efficiënter door de doorgedreven mechanisering. De drastische verarming van de natuur in het landbouwgebied, waarvan nog steeds de helft van de totale oppervlakte van Vlaanderen is ingekleurd, heeft vele soorten laten verdwijnen of tot enkele restpopulaties teruggedrongen.

Het herstellen van verloren gegane biotopen en dus het uitbreiden van habitat voor dieren en planten in nood is het doel van de beheerwerken. Restpopulaties kunnen versterkt worden als er nog genoeg genetische variatie in aanwezig is en verdwenen soorten kunnen terug aangetrokken worden als er een geschikt biotoop voor ontstaat.

Daarom focussen we het beheer op enkele topsoorten van planten en/of dieren die typisch zijn voor het natuurgebied. Voor topsoorten, zoals eekhoorn, bonte specht, vliegend hert of rode bosmier, moeten oude bossen bewaard blijven en zo mogelijk uitgebreid. Zo zijn er typische soorten van open water, moerassen, veen-en heidegebieden, elzenbroek, gras- en hooilanden en akker. Voor elk biotoop wordt het beheer afgestemd op de typische topsoorten. Vooral de akkersoorten, met typische akkervogels, zoals geelgors en veldleeuwerik, zijn uitermate bedreigd. Vele soorten zoals de hamster, die geen genetische uitwisseling meer hebben doordat de restpopulaties van elkaar geïsoleerd zijn, staan op het punt van uit te sterven op de Vlaamse akkers.

Door te focussen op topsoorten zorgen we dat hele planten en dieren gemeenschappen profiteren van het gevoerde beheer. Alle typische flora en fauna van een bepaald biotoop zijn onderling afhankelijk. Planten leven in symbiose, insecten hebben hun typische waardplanten, vogels zijn afhankelijk van zaden en van de aanwezigheid van insecten voor het voederen van jongen. Zoogdieren hebben nest-, foerageer- en schuilplaatsen nodig. Zij hebben bessen, zaden, insecten en planten op het menu. En aan de top van de keten staat een roofdier dat jacht maakt in een groot territorium. Zij kunnen zich vestigen in grote natuurgebieden met een rijk voedselaanbod. Alleen grote aaneengesloten natuurgebieden kunnen een grote biodiversiteit in stand houden. Daarom is het belangrijk dat de versnippering van de natuur stop gezet wordt en dat de kerngebiedjes verweven worden met het omliggende landschap. Akkerrandbeheer, haagaanplantingen en andere natuurlijke landinrichtingen zijn hiervoor nodig.

Op Europees niveau werden er voor elke lidstaat gebieden van internationaal belang afgebakend waar bedreigde biotopen moeten in stand gehouden worden. Eerst werden Vogelrichtlijngebieden en later Habitatrichtlijngebieden afgebakend. Elke lidstaat moet maatregelen ondersteunen ter bescherming van het type habitat met de typische soorten. Het beheer op percelen verworven in zulke gebieden wordt natuurlijk afgestemd op die Europese richtlijnen.

Het herstellen of versterken van habitat gaat dikwijls gepaard met omvormingshebeer waarbij productiebossen gedund worden of volledig worden verwijderd. Het dunnen is nodig om het bos te laten evolueren naar een natuurlijk bos met inheemse boomsoorten. Het bos zal er tientallen jaren over doen om te evolueren naar een natuurlijke gelaagde structuur, met een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag. Het verwijderen door kaalkap wordt gedaan in gebieden die vroeger een zeer grote natuurrijkdom hadden. Drastische grootschalige ingrepen op de terreinen zijn nodig om de, op Europees niveau bedreigde en zeldzame natuur, te herstellen. Voor de uitvoering kan Europese steun voorzien worden in de vorm van een LIFE-project.

Een voorbeeld van zulk grootschalig natuurherstel in onze streek is Averbode Bos en Heide. De productiebossen, veelal aanplantingen van dennen en Amerikaanse eik, werden verwijderd om het heide- en vennengebied te herstellen waarin die bomen recent, dikwijls nog geen 60 jaar geleden, werden aangeplant. Van de 1500 ha gronden die het Vlaamse Gewest van de Merode aankocht zijn ongeveer 450 ha doorverkocht aan Natuurpunt. Oude, historische bossen en dreven werden bewaard, recente aanplantingen werden gerooid en de waterhuishouding werd hersteld. Historische vennen werden geruimd en wandelpaden aangelegd.

 

De natuurgebieden worden niet alleen ingericht om de biodiversiteit te verhogen maar ook om wandelaars en ander zachte recreanten uit te nodigen. Mensen hebben zulke gebieden met een grote natuurbelevingswaarde nodig om zich goed in hun vel te voelen. Meer en meer mensen zoeken de open ruimten op waar ze zich kunnen ontspannen door het ontdekken van de inheemse natuur. Ze weten ook dat vertoeven in de vrije natuur gezond is. Natuurpunt komt zo met de inrichting van natuurgebieden tegemoet aan een grote maatschappelijke behoefte. Rijke natuurgebieden hebben daarenboven een economisch belang. Het verblijfstoerisme en de horeca profiteren mee van het aanbod dat wij creëren in een streek.